Wedstrijden

Wedstrijddansen is voor velen een echte uitlaatklep. Voor de één zijn hobby, voor de ander zijn sport. Maar hoe zit alles in elkaar met wedstrijddansen? Wanneer kun je beginnen met het wedstrijddansen? In principe is het al mogelijk als je de brons cursus doorlopen hebt. En natuurlijk ook als in een hogere klasse zit. Je hebt binnen de wedstrijden verschillende klasses. Je hebt als eerste de junioren, daarna de 'C'-klasse, dan volgt de 'B'-klasse en daarna de 'A'-klasse.

 

Als je die allemaal doorlopen hebt, kom je bij de amateurs terecht. Deze klassen lopen van de '4e'-klasse t/m de '1e'-klasse. Als laatste heb je dan nog de hoofdklasse. Dat is de hoogste klasse van wedstrijddansen. Wat is er nodig om te beginnen met wedstrijddansen? Ten eerste het talent om te dansen, ten tweede de privelessen die nodig zijn om beter te worden en als laatste de kleding, een heel belangrijk aspect met dansen.

Dansen is topsport

Is dansen sport, topdansen topsport?

Is dat wat wedstrijddansers doen fysiek zo eenvoudig zoals het er uit ziet is een terechte vraag want topdansers blijven glimlachen en doen alsof het ze geen enkele moeite kost.

Wim en Karina beweerden dat het echte dansen in de top topsport is. Toen onze dansschool bij NOC-NSF de kans kreeg het fysieke deel van dansen te gaan meten stond onze wedstrijdgroep klaar want nu konden wij meten wat de fysieke belasting van dansen is.
Om daar achter te komen moet je een fysieke test, dus meting ontwikkelen.
Wim, Karina en een inspanningsfysioloog hebben de testen bedacht om de inspanning te kunnen meten.
Inspanning meet je o.a. door je hartslag (HF) onder bepaalde omstandigheden te meten. Om te weten wat de inspanning is konden wij de afgelegde dansafstand en de snelheid waarmee wij dansten meten. Vanuit die gegevens kan een trainer in samenwerking met een inspanningsfysioloog aflezen wat de inspanning was.
Hartfrequentiemeters meten je hartslag, een chip die een koppeling aan het LPM systeem heeft meet waar je bent en met welke snelheid je danst. Dus meet het systeem de afstand, tijd en snelheid en je actuele hartslag. Ook maakten camera's opnames van de metingen.
Na een warming up moesten de wedstrijdparen de normale wedstrijdtijd (ongeveer 1.15 minuut) dansen. Dat zijn dan drie, vier of vijf dansen achter elkaar. Dit nabootsen van een wedstrijd gebeurde twee of drie keer. De laatste test was dansen tot falen, met andere woorden: dansen tot je het oorspronkelijke tempo niet meer aan kunt.

Hieronder een aantal gegevens van de testen:

Maximaal gehaalde hartfrequentie: 200 slagen per minuut.
Grootste afstand: 762 meter na vijf dansen.
Langste tijd met een snelheid boven 8 km per uur doorgebracht: 27%.
Langste afstand met een snelheid boven 8 km per uur doorgebracht: 14%.
Gemiddelde afstand team bij ronde 1: 385 meter.
Gemiddelde afstand team bij ronde 2: 385 meter.
Team gemiddelde in hoge HF zone ronde 1: 20%.
Team gemiddelde in hoge HF zone ronde 2: 18%.

De conclusie van de inspanningsfysioloog was dat dansen een echte sport is, topsport wanneer het om inspanningen gaat. Dus vereist dansen een heel goede conditie omdat een aantal inspanningen dicht bij een maximale hartslag lagen. Conditie is ook herstellen, omdat je meerdere rondes danst moet je dus ook een heel goede conditie hebben.

Dus ere wie ere toekomt: onze dansleraren hebben gelijk: dansen is een echte sport, topdansen is topsport.

Vertegenwoordiger wedstrijdgroep.